OptimizeStart vandaag
Bloedwaardenbibliotheek

Bloedwaarden: wat elke waarde betekent

Bloedwaarden zijn de stoffen en cellen die het lab in je bloed meet.

Per waarde lees je wat die zegt over je lichaam, wanneer die te hoog of te laag is, en hoe je die in samenhang met je andere waarden leest.

Je eigen waarden zien?Start vandaag

112 bloedwaarden

Je rode bloedcellen en bloedplaatjes: hoeveel het er zijn, hoe groot ze zijn, hoe vol ze zitten en hoeveel er net bij zijn gekomen.

Erytrocyten
Erytrocyten zijn je rode bloedcellen, en deze waarde telt hoeveel er per liter bloed rondgaan. Het aantal zegt nog niet hoeveel zuurstof je bloed draagt, dat hangt af van hoeveel hemoglobine in elke cel zit; samen met hemoglobine en de celgrootte wijst het de soort bloedarmoede aan. Prik normaal gehydrateerd en niet na zware inspanning.
Hematocriet
Hematocriet is het deel van je bloed dat uit rode bloedcellen bestaat: bij 0,45 is bijna de helft van je bloed cel en de rest plasma. Het vertelt hetzelfde verhaal als hemoglobine vanuit een andere hoek, en het is de waarde die het snelst verraadt of je bloed ingedikt is.
Hemoglobine
Hemoglobine is het eiwit in je rode bloedcellen dat zuurstof van je longen naar je spieren en hersenen draagt. De waarde zegt hoeveel zuurstof je bloed kan vervoeren, en daarmee of je bloedarmoede hebt; waarom, vertellen ferritine en de celgrootte. Prik goed gehydrateerd en niet na zware inspanning.
MCH
MCH is de gemiddelde hoeveelheid hemoglobine per rode bloedcel: hoe goed elke cel gevuld is. Het beweegt bijna altijd samen met de celgrootte, laag bij ijzertekort en hoog bij een tekort aan B12 of foliumzuur, en het is een van de eerste celwaarden die reageert als je ijzer aanvult.
MCHC
MCHC is hoe dicht het hemoglobine in je rode bloedcellen gepakt zit: de vulling gecorrigeerd voor de celgrootte. Het is de traagste en stabielste van de celwaarden, zakt bij een ijzertekort dat al even duurt, en een hoge waarde is vaker een meetstoring dan een bevinding.
MCV
MCV is de gemiddelde grootte van je rode bloedcellen. Het is de eerste splitsing bij bloedarmoede: kleine cellen wijzen naar ijzer, grote naar B12, foliumzuur of alcohol, en omdat een rode cel vier maanden meegaat, is MCV het verslag van de laatste maanden, niet van vandaag.
RDW
RDW meet hoeveel je rode bloedcellen onderling in grootte verschillen. Een lage RDW is van nature laag en gezond; een hoge RDW is een vroeg signaal dat je beenmerg cellen van een ander formaat is gaan maken, meestal door ijzertekort of een tekort aan B12 of foliumzuur.
Reticulocyten
Reticulocyten zijn de rode bloedcellen die je beenmerg de laatste dag of twee heeft afgegeven. Het aantal zegt niet hoeveel rode cellen je hebt, maar hoe hard je beenmerg op dit moment produceert, en dat is bij bloedarmoede precies de vraag. Zet reticulocyten naast je hemoglobine en je MCV, en let op de eenheid: een aantal per liter en een promillage zijn twee verschillende getallen.
Trombocyten
Bloedplaatjes, of trombocyten, zijn de kleinste deeltjes in je bloed en de eerste die een wondje dichten. Een laag getal komt het vaakst door samenklonteren in de buis, een virus of alcohol; een hoog getal door een ontsteking of ijzertekort. Lees de plaatjes naast het hemoglobine en de witte cellen: één lage lijn is meestal onschuldig, drie lage lijnen tegelijk wijzen op het beenmerg.

Samen het lipidenprofiel, waarmee je hart- en vaatrisico wordt geschat.

ApoA1
ApoA1, voluit apolipoproteïne A1, is het eiwit op de buitenkant van je HDL-deeltjes, de deeltjes die cholesterol uit de vaatwand terughalen. Waar het HDL-cholesterol weegt hoeveel cholesterol die deeltjes vervoeren, telt ApoA1 de deeltjes zelf. Hoger is gunstig, en bewegen, afvallen en stoppen met roken tillen het op.
ApoB
Apolipoproteïne B, op je resultaten apoB, is het structuureiwit dat op elk LDL-, VLDL- en Lp(a)-deeltje zit, zodat één meting die deeltjes telt in plaats van het cholesterol dat ze vervoeren. ApoB telt de deeltjes die cholesterol de vaatwand in brengen en is daarmee scherper dan LDL bij buikvet, insulineresistentie en hoge triglyceriden.
ApoB/ApoA1-ratio
De ApoB/ApoA1-ratio deelt het aantal deeltjes dat cholesterol de vaatwand in draagt door het aantal deeltjes dat het er weer uit haalt: elk afzettend deeltje draagt precies één ApoB en elk HDL-deeltje ApoA1. Een lage ratio is gunstig, en er is geen afgesproken normaalwaarde om hem tegen te leggen.
Atherogene plasma-index
De atherogene plasma-index, afgekort AIP, is de logaritme van je triglyceriden gedeeld door je HDL: dezelfde twee getallen als de triglyceriden/HDL-ratio, samengedrukt tot een schaal rond nul. Onder nul betekent dat je HDL groter is dan je triglyceriden, en dat is het gezonde beeld. Er is geen afgesproken normaalwaarde, en hoe lager, hoe beter.
HDL cholesterol
HDL-cholesterol, op je resultaten HDL-C en in de volksmond het 'goede' cholesterol, is het cholesterol dat in HDL-deeltjes wordt teruggebracht naar de lever. Lees HDL naast LDL, triglyceriden en non-HDL; in de risicoschatting telt het mee via non-HDL, je totaal cholesterol min je HDL.
LDL / HDL ratio
De LDL/HDL-ratio deelt het cholesterol dat je vaatwand in gaat door het cholesterol dat er weer uit komt, en vat zo twee kanten van je vetprofiel samen in één getal. Lager is beter, maar de verhouding zegt niet welke van de twee bewoog, en daarom lees je haar altijd naast LDL en HDL zelf.
LDL cholesterol
LDL-cholesterol, op je resultaten LDL-C en in de volksmond het 'slechte' cholesterol, is het cholesterol dat in LDL-deeltjes door je bloed reist en zich in de vaatwand kan ophopen. Lees LDL naast non-HDL, HDL en triglyceriden en als trend; een sterk verhoogde waarde van jongs af aan kan erfelijk zijn, en dan is leefstijl de basis en komt er meestal medicatie bij.
LDL/ApoB-ratio
De LDL/ApoB-ratio is je LDL-cholesterol gedeeld door je ApoB, allebei omgerekend naar mg/dl. Elk LDL-deeltje draagt precies één ApoB, dus de verhouding zegt hoeveel cholesterol er per deeltje in zit: hoe lager, hoe kleiner en dichter je LDL-deeltjes, en dat zijn de deeltjes die het makkelijkst in de vaatwand blijven steken.
Lipoproteïne(a)
Lipoproteïne(a), op je resultaten Lp(a), is een LDL-deeltje met een extra eiwit eraan, en hoeveel je ervan hebt ligt grotendeels in je genen vast in plaats van in je leefstijl. Lees je resultaten naast de grens in dezelfde eenheid als je lab, en zie een hoog Lp(a) als reden om LDL, bloeddruk, gewicht en roken strenger aan te pakken.
Non-HDL-cholesterol
Non-HDL-cholesterol is je totaal cholesterol min je HDL: al het cholesterol dat wordt vervoerd door deeltjes met een apoB-eiwit erop, en dat zijn de deeltjes die zich in de vaatwand ophopen. Reken het zelf uit als het niet op je resultaten staat, totaal cholesterol min HDL; het is het getal waarmee je risico wordt geschat.
NT-proBNP
NT-proBNP is een hormoonfragment dat je hartspier afgeeft wanneer de wand van je hartkamers meer wordt uitgerekt dan gewoonlijk. Onder de 125 pg/ml is hartfalen onwaarschijnlijk, op elke leeftijd; de waarde loopt met de jaren en met een lagere nierfunctie op zonder dat je hart iets anders doet.
TC/HDL-ratio
De TC/HDL-ratio deelt je totaal cholesterol door je HDL, en maakt zo zichtbaar hoe je cholesterol verdeeld is: twee mensen met hetzelfde totaal kunnen een heel andere verhouding hebben. Onder de 5 is de streefwaarde die het ene Nederlandse lab afdrukt, en lager is beter.
Totaal cholesterol
Totaal cholesterol, op je resultaten TC of cholesterol totaal, is de optelsom van alle cholesterol in je bloed: de LDL-fractie, de HDL-fractie en het cholesterol in de overige lipoproteïnen. Lees het totaal via zijn delen: LDL en non-HDL voor je vaten, HDL en triglyceriden voor het patroon; de risicoschatting rekent met het totaal min het HDL.
Triglyceriden
Triglyceriden, op je resultaten TG, zijn de vetten waarin je bloed energie vervoert en waarin je lichaam energie opslaat; ze reageren sterk op wat je eet, op alcohol en op je stofwisseling. Lees ze naast HDL en LDL, en let op of je nuchter was, want na een maaltijd staan ze hoger.
Triglyceriden / HDL ratio
De triglyceriden/HDL-ratio deelt je triglyceriden door je HDL, twee getallen die bij buikvet en insulineresistentie de tegenovergestelde kant op bewegen. De verhouding is daardoor een snelle maat voor het vetpatroon dat bij een ontregelde suikerstofwisseling hoort, en ze zakt met afvallen, bewegen en minder suiker.

De leverwaarden: de enzymen die lekken bij levercelstress, plus wat je lever maakt en afvoert.

ALAT
ALAT is een enzym uit je levercellen dat in je bloed lekt zodra die cellen onder druk staan. Het is de gevoeligste gewone maat voor je lever, en bij wie verder gezond is, is een licht verhoogde waarde bijna altijd leververvetting: de aandoening die je met leefstijl volledig kunt terugdraaien.
Albumine
Albumine is het meest voorkomende eiwit in je bloed, gemaakt door je lever. Het houdt vocht in je bloedvaten en vervoert calcium, hormonen en medicijnen. De waarde zegt of je lever aanmaakt, of je genoeg eiwit eet en of je ontstoken bent, en hij kleurt de resultaten van calcium en zink.
Albumine/globuline-ratio
De albumine/globuline-ratio deelt het eiwit dat je lever maakt door het eiwit dat vooral je afweer maakt. De verhouding staat los van hoe geconcentreerd je bloed was, en dat is precies waarvoor ze bestaat: een dalende ratio wijst naar een ontsteking, een leverziekte of eiwitverlies.
Alkalische fosfatase
Alkalische fosfatase, op je resultaten ALP, is een enzym dat uit twee plekken in je bloed komt: de galwegen van je lever en de cellen die bot aanmaken. Een hoge waarde is dus een galafvoer die hapert of botten die druk bezig zijn, en gamma-GT vertelt welke van de twee; bij een tekort aan vitamine D werken je botten harder dan je denkt.
ASAT
ASAT is een enzym dat in je lever zit, maar net zo goed in je spieren en je hart. Het lekt in je bloed als cellen in een van die weefsels kapotgaan, en daarom is een hoog ASAT bij wie sport vaker een zware training dan een leverprobleem; de verhouding met ALAT vertelt welke van de twee.
ASAT / ALAT ratio
De ASAT/ALAT-ratio deelt twee leverenzymen die anders over het lichaam verdeeld zijn, en zegt daarmee waar een verhoging vandaan komt: onder de 1 is meestal leververvetting, boven de 2 bij een leverprobleem is meestal alcohol. Zij zegt alleen iets als een van de twee echt verhoogd is.
Bilirubine
Bilirubine is het gele afbraakproduct van oude rode bloedcellen, dat je lever oplosbaar maakt en via de gal afvoert. Een licht verhoogde waarde bij verder normale leverwaarden is meestal het syndroom van Gilbert, een onschuldige variant die bij een op de twintig mensen voorkomt en eerder beschermt dan schaadt.
FIB-4
FIB-4 is een rekensom uit vier getallen die je al hebt, je leeftijd, ASAT, ALAT en bloedplaatjes, die schat hoe waarschijnlijk het is dat je lever littekens heeft. Het is een zeef: een lage score sluit gevorderde littekenvorming vrijwel uit, en dat is bij leververvetting precies de vraag.
Gamma-GT
Gamma-GT is het enzym van je lever en galwegen dat als eerste reageert op alles wat de lever sluipend belast: alcohol voorop, daarna buikvet, medicijnen en een galafvoer die hapert. Het beweegt vaak al voordat ALAT stijgt, en zakt binnen weken zodra je mindert.
Geconjugeerd bilirubine
Geconjugeerd bilirubine is het deel van je bilirubine dat je lever al heeft bewerkt en klaargemaakt voor afvoer via de gal. Bij een gezonde volwassene is het vrijwel nul; loopt juist dit deel op, dan heeft je lever haar werk gedaan en komt het daarna niet weg, en gaat de vraag over de galafvoer.
Globuline
Globuline is alles in je bloedeiwit wat geen albumine is: transporteiwitten, stollingseiwitten en vooral de antistoffen van je afweer. Het wordt niet gemeten maar uitgerekend, totaal eiwit min albumine. Hoe geconcentreerd je bloed is bepaalt het getal het vaakst. De vraag is altijd welke helft van je totaal eiwit bewoog.
LDH
LDH is een enzym dat in vrijwel al je cellen zit en dat vrijkomt zodra er ergens cellen kapotgaan: in je spieren na een zware training, in je rode bloedcellen bij afbraak, in je lever bij schade, of gewoon in het buisje bij een moeizame afname. Het is een breed alarm, geen aanwijzer.
Ongeconjugeerd bilirubine
Ongeconjugeerd bilirubine is het deel van je bilirubine dat je lever nog niet heeft bewerkt: het pigment uit oude rode bloedcellen, onderweg naar de lever. Het is een aftreksom, totaal min geconjugeerd, en het is het deel dat oploopt na een nacht vasten en bij het syndroom van Gilbert, de onschuldige aangeboren variant waarbij de lever wat trager bewerkt.
Totaal eiwit
Totaal eiwit telt alle eiwitten in je bloed bij elkaar op: het albumine dat je lever maakt en de globulines, waar je antistoffen bij horen. Het getal zelf zegt weinig; de verdeling ernaast, en hoeveel vocht je in je bloedbaan had, zeggen alles.

Je nierfunctie: hoe goed je nieren je bloed filteren.

Cystatine C
Cystatine C is een klein eiwit dat al je cellen in een vast tempo afgeven en dat je nieren uit je bloed filteren; omdat het niet uit spier komt, is het een nierwaarde die niet vertekent bij veel of weinig spiermassa. Lees hem naast creatinine: waar de twee uiteenlopen, is het verschil zelf de informatie, en dat wijst meestal naar spiermassa.
eGFR
De eGFR is een schatting van hoeveel bloed je nieren per minuut filteren, berekend uit je kreatinine, je leeftijd en je geslacht. Het is het getal waaraan je nierfunctie wordt afgelezen, en boven de 60 is het gezond; de trend over de jaren zegt meer dan één waarde.
eGFR op cystatine C
Deze eGFR schat je nierfiltratie uit cystatine C in plaats van uit kreatinine: een eiwit dat al je cellen maken en dat niet van je spiermassa afhangt. Het is de tweede lezing naast je gewone eGFR, en het verschil tussen de twee is de informatie.
Kreatinine
Kreatinine is het afvalproduct van je spieren dat je nieren dag en nacht uit je bloed filteren, en de waarde is daardoor de gewoonste maat voor hoe goed je nieren werken. Ze hangt ook af van hoeveel spier je hebt, en dat maakt haar lezen een kwestie van context. Een waarde die over de jaren gelijk blijft, is wat je wilt.
Ureum
Ureum is de afvalstof die je lever maakt bij de afbraak van eiwit en die je nieren uit je bloed filteren; het beweegt mee met wat je eet en drinkt, en zegt daardoor minder over je nieren dan creatinine. Lees hem naast creatinine en eGFR: zijn die normaal, dan is het vocht en voeding, niet je nieren.
Urinezuur
Urinezuur is het eindproduct van de afbraak van purines, bouwstenen uit je eigen cellen en uit je voeding; je nieren zijn de belangrijkste uitgang, en te veel ervan kan kristallen vormen in een gewricht. Dat is jicht, maar één hoge waarde is het nog niet; lees hem naast je nierfunctie, triglyceriden en bloedsuiker, en verander eerst wat je drinkt.

Geslachtshormonen, hun aansturing vanuit de hypofyse, je stresshormoon en je endocriene reserve. Bij deze waardes bepaalt het tijdstip van afname mee wat er uit komt.

Cortisol
Cortisol is het hormoon waarmee je bijnieren je lichaam wakker maken en op scherp zetten: het maakt energie vrij, houdt je bloeddruk op peil en dempt ontsteking. Het volgt de klok, hoog in de ochtend en laag in de avond, en daarom zegt een cortisolwaarde niets zonder het tijdstip van de prik.
DHEA-S
DHEA-S is de voorraadvorm van DHEA, het hormoon dat je bijnieren maken als grondstof voor testosteron en oestrogeen. Het piekt rond je twintigste en zakt daarna gestaag, en omdat het niet met de klok meebeweegt, is het de rustige tegenhanger van cortisol uit dezelfde klieren.
FAI (vrije androgeenindex)
De vrije androgeenindex is een rekensom: je totaal testosteron gedeeld door je SHBG, het eiwit dat testosteron bindt. De uitkomst schat hoeveel van je testosteron vrij is en dus werkt, en is vooral bij vrouwen met overbeharing, acne of een onregelmatige cyclus een bruikbaarder getal dan het totaal alleen.
FSH
FSH, voluit follikelstimulerend hormoon, is het signaal waarmee je hersenen de eierstokken of de teelballen aan het werk zetten: laag als die goed reageren, hoog als ze minder reageren, en blijvend hoog na de overgang. Bij vrouwen niet één normaalwaarde maar een bereik per cyclusfase.
IGF-1
IGF-1 is de stof waarmee je groeihormoon zijn werk doet: je lever maakt het aan zodra groeihormoon vrijkomt, en het staat stabiel genoeg in je bloed om te meten. De waarde daalt met de leeftijd, zakt bij te weinig eten en stijgt bij te veel groeihormoon. Lees de SD-waarde en niet de concentratie, en lees hem naast albumine, je leverwaarden, TSH en je eetpatroon.
LH
LH, voluit luteïniserend hormoon, is het hormoon uit je hypofyse dat bij vrouwen het startsein geeft voor de eisprong en bij mannen de teelballen aanzet tot het maken van testosteron. Bij vrouwen niet één normaalwaarde maar een bereik per cyclusfase, met een piek rond de eisprong die een veelvoud hoger ligt dan de rest.
Oestradiol
Oestradiol is het belangrijkste oestrogeen: bij vrouwen het hormoon dat de eerste helft van de cyclus draagt en bot, vaten en slijmvliezen gezond houdt, bij mannen een kleine hoeveelheid die uit testosteron ontstaat. Een regelmatige cyclus met een eisprong is het gezondheidssignaal, en te weinig eten, te veel trainen en stress zijn wat het laat uitvallen.
Progesteron
Progesteron is het hormoon van de tweede helft van je cyclus, gemaakt door het gele lichaam dat na de eisprong achterblijft; het stijgt alleen als er een eisprong is geweest, en dat is precies wat het meet.
Prolactine
Prolactine is het hormoon uit je hypofyse dat de melkproductie na een bevalling op gang brengt en buiten die tijd als rem op je geslachtshormonen werkt: een verhoogde waarde onderdrukt LH en FSH, en daarmee de cyclus, de zin en het testosteron. Prik 's ochtends, uitgerust en zonder sport of seks vooraf, en lees de waarde naast LH, FSH en TSH.
SHBG
SHBG, voluit sex hormone binding globulin, is het eiwit uit je lever dat testosteron en oestradiol in je bloed vasthoudt en daarmee bepaalt hoeveel ervan werkzaam overblijft. Het is ook een van de eerste waarden die insulineresistentie verraden. Lees SHBG altijd naast totaal testosteron en laat het vrije deel uitrekenen; afvallen en minder suiker laten een laag SHBG binnen maanden stijgen.
Totaal testosteron
Totaal testosteron telt al het testosteron in je bloed op, het deel dat aan eiwit gebonden is en het vrije deel samen. Het is het hormoon dat spier, bot, zin en energie draagt, en een van de hormonen die het sterkst meebewegen met hoe je leeft. Prik voor tien uur 's ochtends, en lees het naast SHBG, dat bepaalt hoeveel ervan werkt.
Vrij testosteron
Vrij testosteron is het deel van je testosteron dat niet aan eiwit gebonden is en dus zijn werk kan doen, berekend uit je totaal testosteron, je SHBG en je albumine. Het is het getal dat het best bij klachten past als het SHBG afwijkt.

Of je schildklier te snel of te traag werkt, en waardoor.

Je bloedsuiker nu, en gemiddeld over de afgelopen maanden.

C-peptide
C-peptide, op een aanvraag ook insuline connecting peptide, is het stukje eiwit dat bij de aanmaak van insuline wordt afgeknipt en in gelijke hoeveelheid met insuline vrijkomt. Het telt daarmee hoeveel insuline je alvleesklier zelf maakt, ook als je insuline spuit. Het is vooral van waarde als de bloedsuiker niet meer normaal is, om een alvleesklier die overwerkt te onderscheiden van een die uitgeput raakt.
eAG (geschat gemiddelde glucose)
De eAG is je HbA1c omgerekend naar de gemiddelde bloedsuiker van de afgelopen twee tot drie maanden, in dezelfde mmol/L als een glucosemeter. Het is geen aparte meting maar een vertaling, en het zegt precies wat je HbA1c al zei, in een getal dat je van je meter kent.
HbA1c
HbA1c, voluit hemoglobine A1c en op je resultaten ook wel geglycosyleerd hemoglobine of GlyHb, is het deel van je hemoglobine waar glucose aan vast is gaan zitten, en daarmee het gemiddelde van je bloedsuiker over de afgelopen twee tot drie maanden. Lees het als trend naast nuchtere glucose, triglyceriden en HDL; leefstijl zie je er pas na maanden in terug.
Insuline
Insuline is het hormoon waarmee je alvleesklier glucose uit je bloed je cellen in stuurt. Een nuchtere insuline laat zien hoeveel moeite je lichaam doet om je bloedsuiker normaal te houden, en dat getal beweegt jaren voordat de bloedsuiker zelf dat doet. Prik nuchter, op een locatie die het buisje snel kan verwerken, en lees de waarde naast je nuchtere glucose, triglyceriden en HDL.
Nuchtere glucose
Nuchtere glucose, op je resultaten ook glucose (nuchter) of nuchtere bloedsuiker, is de hoeveelheid suiker in je bloed na een nacht zonder eten: de stand waar je lichaam op terugvalt als je laatste maaltijd allang verwerkt is. De waarde beweegt pas laat, dus de richting binnen het bereik zegt meer dan één getal.
TyG-index
De TyG-index is een rekensom uit je nuchtere triglyceriden en je nuchtere glucose, bedoeld als schatting van insulineresistentie zonder dat er insuline gemeten hoeft te worden. Beide getallen staan op vrijwel elk rapport. Lager is gunstig; boven ongeveer 4,68 past de index bij een lichaam dat minder goed op insuline reageert.

Je ijzerstatus: de voorraad, het transport en hoeveel daarvan bezet is.

De B-vitaminen die in bloed te meten zijn, en de afbraakstoffen die een tekort soms eerder verraden dan de vitamine zelf.

Foliumzuur
Foliumzuur, of folaat, is de B-vitamine uit groene groente en peulvruchten die je cellen nodig hebben om DNA te maken en zich te delen. Te weinig groente, alcohol en een zwangerschap zijn de gewoonste redenen voor een tekort, en supplementen de gewoonste voor een hoge waarde.
Homocysteïne
Homocysteïne is een tussenproduct van je eiwitstofwisseling dat je lichaam opruimt met foliumzuur, vitamine B12 en B6. Stijgt het, dan schiet een van die drie tekort, of raken je nieren het minder goed kwijt; het is een maat voor je B-vitamines, niet voor je hart.
Methylmalonzuur
Methylmalonzuur, of MMA, is een tussenproduct van je stofwisseling dat blijft liggen als je cellen te weinig vitamine B12 kunnen gebruiken. Het meet het gevolg van een tekort in plaats van de voorraad, en prikt daarmee door een normaal ogende B12 heen. Een verminderde nierfunctie tilt het op zonder tekort. Een lage waarde heeft geen betekenis.
Vitamine B1
Vitamine B1, thiamine, is de vitamine waarmee je cellen koolhydraten omzetten in energie. Je lichaam heeft er maar een voorraad van een paar weken van, dus de waarde zegt vooral iets over wat je de laatste tijd binnenkreeg, en over alcohol.
Vitamine B12
Vitamine B12 heb je nodig voor je zenuwen, je DNA en de aanmaak van rode bloedcellen. Het komt vrijwel alleen uit dierlijke voeding en heeft een ingewikkelde opname, dus een tekort komt net zo vaak door de maag als door het bord.
Vitamine B6
Vitamine B6 is de hulpstof van meer dan honderd enzymen, van je eiwitstofwisseling tot de aanmaak van serotonine en dopamine. Het is de ene B-vitamine waarbij ook te veel een probleem is: langdurig hoge supplementen beschadigen de zenuwen.

Mineralen en spoorelementen, de vitamine die hun opname regelt, en de vetzuren in de wand van je cellen.

Calcium
Calcium is het mineraal van je botten, en het kleine deel in je bloed laat je zenuwen vuren, je spieren samentrekken en je bloed stollen. Je lichaam houdt dat deel binnen een smalle band, met PTH en vitamine D als regelaars; een hoge waarde neem je serieus, een lage is meestal een kwestie van eiwit of vitamine D.
Ceruloplasmine
Ceruloplasmine is het eiwit dat je lever maakt om koper door je bloed te vervoeren, en het is tegelijk een ontstekingseiwit. Zonder deze waarde is een koperwaarde niet te lezen; samen laten ze zien of een verandering over koper gaat of over het transport ervan. Een lage waarde is de kant om serieus te nemen, een hoge is meestal ontsteking of de pil.
Gecorrigeerd calcium
Gecorrigeerd calcium is een rekensom, geen meting: je totaal calcium bijgesteld voor je albumine, omdat de helft van het calcium aan dat eiwit vastzit. Het is de eerlijkere maat als je albumine laag is, en overbodig als je albumine normaal is.
Koper
Koper is een spoorelement in de enzymen die ijzer bruikbaar maken, bindweefsel stevig houden en je zenuwen beschermen. Het reist door je bloed gebonden aan ceruloplasmine, dus de waarde beweegt net zo hard mee met dat eiwit als met je koper zelf. Lees het daarom naast ceruloplasmine, en verder naast zink, CRP en je bloedbeeld.
Magnesium
Magnesium is het mineraal dat honderden enzymen in je cellen aan het werk houdt, van je energiehuishouding tot je spieren en je hartritme. Maar één procent ervan zit in je bloed, dus de bloedwaarde is een grove maat; een lage waarde is bijna altijd verlies door medicijnen of alcohol.
Omega 3-index
De omega 3-index is het aandeel EPA en DHA, de twee omega 3-vetzuren uit vette vis, in de wand van je rode bloedcellen. Omdat die cellen maanden meegaan, laat de index zien wat je de afgelopen maanden aan vette vis of visolie binnenkreeg. Lees hem tegen je eigen vorige waarde bij hetzelfde lab, want een Nederlandse band is er niet.
Selenium
Selenium is een spoorelement dat in de enzymen zit die schadelijke bijproducten van je stofwisseling onschadelijk maken en die schildklierhormoon in zijn actieve vorm omzetten. Hoeveel je binnenkrijgt hangt af van de grond waarop je voedsel groeide, en een paar paranoten per week is genoeg. Kijk op je resultaten naar de eenheid voor je naar het getal kijkt, want µg/L en µmol/L zijn twee schalen.
Vitamine D
Vitamine D is het hormoon dat je huid maakt uit zonlicht en dat je darm calcium laat opnemen voor je botten en spieren. De bloedwaarde is je voorraad van de afgelopen weken, en in Nederland is die van oktober tot april bij de meeste mensen te laag, tenzij je aanvult.
Zink
Zink is het spoorelement achter honderden enzymen, je afweer, je wondgenezing, je smaak en de aanmaak van testosteron. Je lichaam heeft er geen voorraad van, dus de aanvoer telt elke week, en de waarde in je bloed beweegt mee met albumine en met ontsteking. Vergelijk het daarom naast albumine en CRP, en over de tijd bij hetzelfde lab.

Hoe actief je afweer is, wat voor reactie het is, en welke antistoffen je hebt aangemaakt.

ANA (antinucleaire antistoffen)
ANA zijn antistoffen die je afweer tegen onderdelen van je eigen celkernen maakt. De uitkomst is een woord, negatief of positief, soms met een titer erbij. Negatief is de gewone uitkomst; een positieve ANA komt bij ongeveer een op de acht gezonde mensen voor, vaker met de leeftijd, en is op zichzelf geen diagnose maar de eerste stap in onderzoek naar een auto-immuunziekte.
Anti-CCP
Anti-CCP, voluit antistoffen tegen cyclisch gecitrullineerde peptiden, is de antistof die het meest specifiek bij reumatoïde artritis hoort en die er jaren aan vooraf kan gaan. Het is een test bij gewrichtsklachten, geen screening. Positief past sterk bij reumatoïde artritis, ook jaren voor de klachten, en roken is de grootste leefstijlfactor erachter.
Basofielen
Basofielen zijn de zeldzaamste witte bloedcellen, gevuld met histamine, en ze doen mee aan allergie en aan ontsteking die al even loopt. Een laag aantal is nooit een bevinding; een verhoging is meestal mild en zegt alleen iets in het patroon met de andere witte cellen. Alleen een aantal dat blijvend ver boven de band zit, wordt serieus genomen.
Bezinking (BSE)
De bezinking meet hoe snel je rode bloedcellen in een uur naar de bodem van een buisje zakken. Bij ontsteking maakt je lever eiwitten die de cellen aan elkaar laten plakken, en klontjes zakken sneller; zo wordt een simpele meting een trage maar brede graadmeter voor ontsteking. Lees haar naast CRP: ze beweegt traag, over dagen tot weken, waar CRP binnen een dag reageert.
CRP
CRP is het eiwit dat je lever binnen uren aanmaakt zodra er ergens in je lichaam ontsteking is, en het is de snelste en breedste graadmeter daarvoor. Het zegt dát er iets speelt, niet waar of waardoor, en een lage waarde is de gezonde stand.
Eosinofielen
Eosinofielen zijn de witte bloedcellen van allergie en parasieten. Het aantal loopt op bij hooikoorts, astma, eczeem, een reactie op een medicijn of een worminfectie, en het zakt richting nul door cortisol en prednison. Het is de bovenkant die iets betekent, en in het pollenseizoen staat het aantal bij wie hooikoorts heeft van nature hoger.
IgA
IgA, voluit immunoglobuline A, is de antistof van je slijmvliezen: de eerste laag afweer in je darm, luchtwegen, speeksel en tranen. Deze bepaling telt al je IgA in het bloed op, en is vooral van belang bij een coeliakietest en bij terugkerende infecties.
IgG
IgG is de grootste groep antistoffen in je bloed: de eiwitten die je afweer maakt nadat ze een ziekteverwekker heeft leren kennen, en die daarna vaak jarenlang blijven. Het totale IgG laat zien of je afweer voldoende antistoffen kán maken. Lees IgG naast IgA en IgM, want de drie samen tekenen het patroon, en naast CRP en BSE.
IgM
IgM, voluit immunoglobuline M, is de antistof die je afweer als eerste maakt bij iets nieuws: groot, grof en snel, en na een paar weken weer weg als IgG het overneemt. Deze bepaling telt al je IgM in het bloed op.
Leukocyten
Leukocyten zijn je witte bloedcellen, het leger van je afweer, en het totaalgetal zegt hoe groot dat leger op dit moment in je bloed is. Het stijgt bij een bacteriële infectie, stress en roken, en zakt bij een virus of door medicijnen. Het getal zegt dat er iets speelt, en de differentiatie zegt wat.
Lymfocyten
Lymfocyten zijn de witte bloedcellen die virussen herkennen, antistoffen maken en onthouden wat ze hebben gezien. Het aantal stijgt bij een virusinfectie en in de herstelfase erna, en zakt door cortisol: bij stress, acute ziekte en prednison. Lees het altijd naast de neutrofielen, want samen zeggen ze of het een virus of een bacterie is.
Monocyten
Monocyten zijn de opruimers van je afweer: witte bloedcellen die het weefsel in trekken, daar macrofagen worden en dode cellen, bacteriën en afval verteren. Het aantal loopt op in de herstelfase na een infectie en bij ontsteking die al even loopt.
Neutrofielen
Neutrofielen zijn de grootste groep witte bloedcellen en de eerste die bij een bacterie of een wond ter plaatse zijn. Het aantal stijgt bij een bacteriële infectie, stress, inspanning en roken, en zakt na een virus of door medicijnen. Lees het absolute aantal en niet het percentage, en altijd naast de lymfocyten en CRP: samen zeggen ze of het een bacterie of een virus is.
NLR (neutrofielen/lymfocyten)
De NLR is je aantal neutrofielen gedeeld door je aantal lymfocyten, twee getallen die al in je bloedbeeld staan. De verhouding laat zien hoe de balans ligt tussen de stressreactie van je afweer en het herstel, en hij loopt op bij infectie, ontsteking, slaaptekort en overtraining.
PLR (bloedplaatjes/lymfocyten)
De PLR is je aantal bloedplaatjes gedeeld door je aantal lymfocyten, twee getallen die al in je bloedbeeld staan. Bloedplaatjes lopen over dagen tot weken op bij ontsteking en lymfocyten zakken bij stress, dus de verhouding laat zien of je lichaam al een tijd belast is.
Reumafactor
Reumafactor is een antistof die zich tegen een deel van je eigen antistoffen richt. Het is de oudste bloedtest bij gewrichtsklachten: gevoelig voor reumatoïde artritis, maar ook positief bij infecties, andere auto-immuunziekten en een deel van de gezonde ouderen. Positief past bij reumatoïde artritis als er gewrichtsklachten zijn, en is zonder klachten meestal leeftijd, roken of een doorgemaakte infectie.
SII (ontstekingsindex)
De SII, voluit systemic immune-inflammation index, is je aantal bloedplaatjes maal je aantal neutrofielen, gedeeld door je aantal lymfocyten, drie getallen die al in je bloedbeeld staan. De index bundelt de snelle stressreactie van je afweer, de tragere ontstekingsreactie van je bloedplaatjes en het herstel in één getal, en hij loopt op bij infectie, ontsteking, slaaptekort en zware training.
tTG-IgA
tTG-IgA, voluit IgA-antistoffen tegen weefseltransglutaminase, is de bloedtest waarmee onderzoek naar coeliakie begint. Hij is alleen betrouwbaar als je gluten eet en je totale IgA normaal is, en die twee dingen bepalen hoe je hem leest.

De zouten achter je vochtbalans, zenuwprikkels en hartritme.

Bicarbonaat
Bicarbonaat is de belangrijkste buffer waarmee je bloed zijn zuurgraad binnen een heel smalle marge houdt. Je longen en je nieren regelen het samen, en de waarde laat zien of die buffer onder druk staat. Laat een lage waarde eerst opnieuw meten met een gesloten buisje, en lees het getal naast chloride, natrium, kalium en je nierfunctie.
Chloride
Chloride is de andere helft van keukenzout, het negatief geladen deeltje dat natrium overal volgt en samen met bicarbonaat de zuurgraad van je bloed in balans houdt. De waarde zegt zelden iets alleen; ze krijgt betekenis naast natrium, kalium en bicarbonaat.
Fosfaat
Fosfaat is het mineraal dat samen met calcium je botten opbouwt en in elke cel de energie doorgeeft. Je nieren, PTH en vitamine D regelen samen hoeveel er in je bloed blijft, en de waarde is vooral een nierwaarde. Lees fosfaat naast calcium, PTH, vitamine D en je nierfunctie: eerst de nieren, dan het calcium, dan het PTH.
Geïoniseerd calcium
Geïoniseerd calcium is het vrije deel van het calcium in je bloed: het deel dat niet aan eiwit vastzit en dus echt werkt in je zenuwen, spieren en stolling. Het is de waarde die je lichaam zelf bewaakt, en de meting die een afwijkend albumine omzeilt in plaats van ervoor te corrigeren.
Kalium
Kalium is het mineraal waarmee je zenuwen vuren en je spieren samentrekken, je hart voorop. Bijna alles ervan zit in je cellen, en het kleine deel in je bloed wordt door je nieren binnen een smalle band gehouden; te laag komt meestal door verlies, te hoog vaak door de prik zelf.
Natrium
Natrium is het zout in je bloed, en de waarde gaat niet over hoeveel zout je eet maar over hoeveel water je vasthoudt. Je hersenen en nieren houden haar binnen een band van nog geen tien eenheden, want je hersencellen zwellen of krimpen mee met elke verschuiving.
PTH (parathormoon)
PTH is het hormoon van je bijschildklieren dat je calcium van minuut tot minuut op peil houdt: zakt het calcium, dan stijgt PTH en haalt het calcium uit bot, nieren en darm. De waarde zegt niet hoeveel calcium je hebt, maar hoe hard je lichaam werkt om het op peil te houden.

Meestal gemeten bij plasklachten of vanaf middelbare leeftijd.

Waarom verschillen normaalwaarden per laboratorium?

Nederland kent geen landelijke referentietabel voor bloedwaarden. Elk laboratorium publiceert zijn eigen normaalwaarden, op basis van eigen apparatuur, eigen methode en een eigen referentiegroep. Dezelfde uitslag kan daardoor bij het ene lab wel opvallen en bij het andere niet. Daarom toont elke pagina in deze bibliotheek wat vier grote Nederlandse laboratoria zelf publiceren, en waar die waarden overlappen en verschillen.

Veelgestelde vragen

Bloedwaarden zijn de stoffen en cellen die een laboratorium in je bloed meet: enzymen, hormonen, vitaminen, vetten en cellen. Samen laten ze zien hoe je organen ervoor staan, hoe je lichaam met brandstof omgaat en of er ontsteking is. Eén waarde zegt zelden genoeg; het beeld ontstaat door meerdere waarden naast elkaar te lezen.

Neem nu de regie.

Membership · meest gekozen

€1/dag

Core meet de waarden op deze pagina, samen met de rest van het panel.

  • Jaarlijkse bloedtest (60 waarden)
  • Je biologische leeftijd
  • Persoonlijk actieplan
  • Personal AI coach
  • Wearable-koppeling
  • 10% cashback in spaartegoed
Start je membership

Geen verwijzing nodig · Resultaten < 24 uur

Liever anders beginnen? Biologische leeftijd (€69)

Cookies

We gebruiken cookies voor statistieken en advertenties, ook van twee partners. Aanpassen kan altijd. Privacybeleid ↗