Tg-antistoffen
Tg-antistoffen zijn antistoffen tegen thyreoglobuline, het eiwit waarin je schildklier haar hormoon opslaat. Ze ontstaan bij hetzelfde auto-immuunproces als TPO-antistoffen en voegen daar zelden iets aan toe; hun eigen rol ligt bij de controle na schildklierkanker.
Normaalwaarden tg-antistoffen
Wat betekent jouw waarde?
Binnen bereik: onder 10 IU/mL
Vul je waarde in zoals hij op je resultaten staat. Bereik voor volwassenen.
Tg-antistoffen te hoog of te laag: wat betekent het?
Tg-antistoffen te hoog
Je afweer richt zich op de schildklier, meestal samen met TPO-antistoffen.
| Oorzaak | Hoe vaak |
|---|---|
| Hashimoto en de ziekte van Graves, waarbij Tg-antistoffen bijna altijd samen met TPO-antistoffen voorkomen; een op de vijftig mensen met Hashimoto heeft alleen Tg-antistoffen | Vaak |
| In het jaar na een bevalling raakt de schildklier bij een op de twintig vrouwen ontstoken, eerst te snel en dan te traag; met antistoffen is de kans groter | Soms |
| Na een behandeling voor schildklierkanker verstoren de antistoffen de meting van thyreoglobuline en worden ze zelf gevolgd; een dalende trend is gunstig | Soms |
Wat je eraan doet. Aan de antistoffen zelf niets, want er is geen behandeling die ze weghaalt en dat is ook niet nodig. Wat je wel doet, is wat je bij elke auto-immuun schildklier doet: genoeg jodium uit gewone voeding maar geen jodiumsupplementen of kelp, selenium uit noten, vis en eieren, niet roken, en een gezond gewicht. Bij een kinderwens laat je het TSH vóór en tijdens de zwangerschap volgen. En wie de waarde wil volgen, na schildklierkanker of uit nieuwsgierigheid, laat haar steeds bij hetzelfde lab meten.
Hoe verloopt het bloedonderzoek voor tg-antistoffen?
- Nuchter zijn. Je prikt altijd nuchter: vanaf middernacht niets meer eten of drinken, alleen water. Afspraken zijn er daarom in de ochtend, tot 12:00 uur.
- Verwijzing. Niet nodig, maar meestal ook niet zinvol: bij de vraag of een trage schildklier auto-immuun is, zeggen TSH, vrij T4 en TPO-antistoffen genoeg. Na schildklierkanker vraagt de behandelend arts ze aan.
- Wanneer. Op elk moment, want de waarde is stabiel over weken tot maanden. Wie de waarde wil volgen, meet steeds bij hetzelfde lab, want de testen staan niet op één schaal.
- De afname. Eén buisje bloed uit een ader in je arm. TSH, vrij T4 en TPO-antistoffen komen uit dezelfde prik; een deel van de labs stuurt de bepaling door naar een ander laboratorium, en dan duurt de uitslag langer.
- Herhalen. Bij een auto-immuun schildklier niet; wat je herhaalt, is het TSH, eens per jaar. Na schildklierkanker bij elke controle, samen met thyreoglobuline.
- Waar prikken. Prikken kan op 250+ locaties bij jou in de buurt, zonder verwijzing. Bekijk de locaties
Meer over tg-antistoffen
Tg-antistoffen uitgelegd
Je schildklier maakt hormoon door jodium in te bouwen in een groot eiwit, thyreoglobuline, en slaat dat eiwit op in kleine blaasjes tot het nodig is. Het is de voorraadkast van de schildklier. Bij auto-immuun schildklierziekte richt je afweer zich op de schildklier, en maakt ze antistoffen tegen wat ze daar tegenkomt: tegen het enzym TPO en tegen het opslageiwit thyreoglobuline. Tg-antistoffen zijn het tweede spoor van hetzelfde proces, en ze komen bijna altijd samen met TPO-antistoffen voor. Daarom voegen ze zelden iets toe. TPO-antistoffen zijn gevoeliger, bij meer mensen met Hashimoto aantoonbaar en bruikbaarder als maat voor de kans dat een schildklier trager wordt; een op de vijftig mensen met Hashimoto heeft alleen Tg-antistoffen, en voor hen zijn ze het enige spoor. Waar Tg-antistoffen een eigen rol hebben, is na een behandeling voor schildklierkanker: thyreoglobuline in het bloed is dan de maat voor overgebleven schildklierweefsel, en antistoffen ertegen verstoren die meting, dus worden ze er altijd naast bepaald. Op je uitslag staan Tg-antistoffen in IU/mL, en de grens verschilt per lab meer dan bij welke andere waarde ook: van 10 IU/mL bij de strengste labs tot 115 IU/mL bij het ruimste, omdat de testen niet op één schaal staan. Onder de grens op je eigen rapport heet de uitslag negatief, en dat is de gezonde uitkomst.
Waarom is tg-antistoffen relevant?
Tg-antistoffen zijn de waarde die je meestal niet nodig hebt, en dat is eerlijk gezegd de belangrijkste boodschap van deze pagina. Wie wil weten of een trage schildklier door auto-immuunziekte komt, heeft aan TSH, vrij T4 en TPO-antistoffen genoeg. Wie zonder klachten een positieve Tg-antistof vindt, heeft hetzelfde als bij TPO-antistoffen: een verhoogde kans dat de schildklier later trager wordt, en een reden om het TSH eens per jaar te meten, meer niet. Er zijn twee situaties waarin ze wel tellen. De eerste is de kleine groep met Hashimoto bij wie TPO-antistoffen niet aantoonbaar zijn: bij een hoog TSH zonder TPO-antistoffen laten Tg-antistoffen soms alsnog zien dat het een auto-immuunproces is. De tweede is de controle na schildklierkanker, waar thyreoglobuline in het bloed laat zien of er schildklierweefsel is achtergebleven of teruggekomen, en waar Tg-antistoffen die meting kunnen verstoren; daar horen ze bij elke controle, en daar telt ook de trend van de antistoffen zelf. En er is de valkuil van het getal. Omdat de grenzen meer dan tienvoudig verschillen, kan dezelfde uitslag bij het ene lab negatief heten en bij het andere positief, en zegt de hoogte boven de grens weinig. Wie zijn antistoffen wil volgen, laat ze steeds bij hetzelfde lab meten.
Hoe lees je tg-antistoffen?
Een lage waarde bestaat hier niet als bevinding. Onder de grens op je eigen rapport heet de uitslag negatief: er waren geen antistoffen aantoonbaar, en dat is de gezonde uitkomst. Een negatieve uitslag zegt niets over je schildklierfunctie zelf; daar zijn TSH en vrij T4 voor. Een verhoogde waarde betekent dat je afweer zich op de schildklier richt, en dat is hetzelfde proces als bij TPO-antistoffen. Met een hoog TSH en een laag vrij T4 is het Hashimoto, en de behandeling is schildklierhormoon, met of zonder antistoffen. Met een normaal TSH is het een verhoogde kans op later, en dan meet je het TSH eens per jaar. In het jaar na een bevalling passen antistoffen bij een schildklierontsteking die meestal vanzelf herstelt. Na een behandeling voor schildklierkanker betekenen Tg-antistoffen dat de thyreoglobulinemeting niet te vertrouwen is, en dan volgt de arts de antistoffen zelf: zakken ze over de jaren, dan is dat gunstig, stijgen ze, dan is dat een reden voor verder onderzoek. Hoe hoog de waarde is, zegt buiten die situatie weinig, en een uitslag van het ene lab is niet te vergelijken met de grens van het andere. Lees Tg-antistoffen als paar met TPO-antistoffen, en allebei pas na TSH en vrij T4: die twee zeggen hoe je schildklier het op dit moment doet, en pas daarna voegt een antistof iets toe over het waarom.
Veelgestelde vragen
Antistoffen tegen thyreoglobuline, het grote eiwit waarin je schildklier hormoon opslaat tot het nodig is. Bij auto-immuun schildklierziekte richt je afweer zich op de schildklier en maakt ze antistoffen tegen wat ze daar tegenkomt: het enzym TPO en het opslageiwit thyreoglobuline. Tg-antistoffen zijn het tweede spoor van hetzelfde proces, en ze komen bijna altijd samen met TPO-antistoffen voor.
Gerelateerde bloedwaarden
Lees verder
Bronnen 5
- 1.Unilabs, Bepalingenklapper: as TG. 2026. bepalingenklapper.nl
- 2.Star-shl, Labbepalingen: thyreoglobuline-antistoffen. 2026. star-shl.nl
- 3.Certe, Bepalingenwijzer: anti-thyreoglobuline. 2026. bepalingenwijzer.certe.nl
- 4.Clinical Diagnostics, Labgids: thyreoglobuline (Tg) antistoffen. 2026. clinicaldiagnostics.nl
- 5.NHG-Standaard Schildklieraandoeningen (M31). 2025. richtlijnen.nhg.org
Was dit wat je zocht?
Delen
Alleen educatieve informatie, geen medisch advies. Raadpleeg een zorgprofessional voor klinische beslissingen.
Lees meer over onze wetenschappelijke aanpak
