Wat is ApoB/ApoA1-ratio?
Cholesterol lost niet op in bloed en reist daarom in deeltjes met een eiwit aan de buitenkant. Elk LDL-deeltje, elk deeltje dat triglyceriden vervoert en elk Lp(a)-deeltje draagt precies één ApoB, en dat zijn de deeltjes die in de vaatwand kunnen blijven steken. Elk HDL-deeltje draagt ApoA1, en dat zijn de deeltjes die cholesterol uit de vaatwand terughalen. Door ApoB te delen door ApoA1 tel je aantallen tegen elkaar in plaats van gewichten: hoeveel deeltjes brengen cholesterol de wand in, tegenover hoeveel er het weer uit halen. Dat is wat deze ratio onderscheidt van de verhoudingen die met cholesterolwaarden rekenen. Het LDL-cholesterol weegt hoeveel cholesterol er in de deeltjes zit, maar een deeltje met weinig cholesterol erin blijft even goed in de vaatwand steken als een vol deeltje. Wie veel kleine, dichte deeltjes heeft, het patroon van buikvet en insulineresistentie, heeft daarom een hoger ApoB dan zijn LDL-cholesterol doet vermoeden, en de ratio laat dat zien. Je rapport drukt de ratio niet af; je rekent haar uit met de calculator op deze pagina, uit ApoB en ApoA1 in g/L, allebei uit dezelfde afname. De uitkomst heeft geen eenheid en geen afgesproken normaalwaarde: de grote studie die de ratio bekend maakte drukt het risico uit als een glijdende schaal over het hele bereik, niet als een grens. Lager is beter, en je eigen verloop is het ijkpunt.
Waarom is ApoB/ApoA1-ratio relevant?
De ratio zet twee kanten van hetzelfde verhaal in één getal: hoeveel deeltjes cholesterol de vaatwand in kunnen dragen, tegenover hoeveel deeltjes het er weer uit halen. In een Zweedse studie die ruim honderdvijftigduizend mensen jarenlang volgde, voorspelde deze verhouding het risico op een dodelijk hartinfarct sterker dan het LDL-cholesterol. Dat is de reden dat je haar tegenkomt in onderzoek en op rapporten van buiten Nederland. De tweede reden is dat de ratio de winst van leefstijl aan twee kanten laat zien. Minder verzadigd vet, meer vezels en afvallen drukken het aantal ApoB-deeltjes; bewegen, afvallen en stoppen met roken tillen het aantal HDL-deeltjes en daarmee het ApoA1 op. Wie zijn vetprofiel met voeding en beweging aanpakt, ziet de ratio daarom vaak eerder bewegen dan het LDL-cholesterol alleen. De eerlijke beperking is dat de Nederlandse risicoschatting er niet mee werkt. Die rekent met het LDL en het non-HDL, en beveelt het routinematig meten van apolipoproteïnen niet aan; ApoB wordt vooral gemeten als de triglyceriden hoog zijn of het LDL-cholesterol het aantal deeltjes lijkt te onderschatten. Er is bovendien geen afgesproken grens. Lees de ratio dus als een scherpere samenvatting van je vetprofiel, en laat de beslissing over een statine op het LDL en non-HDL vallen.
Hoe ApoB/ApoA1-ratio wordt berekend
Wat naast het getal meeweegt:
- De losse waarden van ApoB en ApoA1, want een stijging door meer ApoB betekent iets anders dan dezelfde stijging door minder ApoA1
- LDL en non-HDL, de maten waar de Nederlandse risicoschatting op werkt
- Het HDL en de triglyceriden, want die laten zien welke kant van het vetprofiel bewoog
- Of je rookt, hoeveel je beweegt en hoeveel buikvet je hebt, want die sturen beide eiwitten
- Of je een statine gebruikt, want die drukt alleen de teller
- Je eerdere uitkomsten uit hetzelfde lab, want zonder afgesproken grens is je eigen verloop het ijkpunt
Er is geen afgesproken normaalwaarde voor deze ratio, en geen Nederlands rapport drukt haar af. Twee van de vier labs meten ApoB en ApoA1 wel afzonderlijk en publiceren daar een band bij; je leest de ratio dus tegen die twee banden, en vooral tegen je eigen verloop. Ook het onderzoek geeft geen streefwaarde: de Zweedse AMORIS-studie, die de ratio bekend maakte, vond dat zij het risico op een dodelijk hartinfarct sterker voorspelde dan het LDL-cholesterol, maar drukt dat uit als een glijdende schaal over het hele bereik en niet als een grens waarboven iets geldt. Er is dus wel bewijs dat de ratio iets zegt, en geen getal om die van jou naast te leggen. Lager is beter.
ApoB/ApoA1-ratio = apolipoproteïne B gedeeld door apolipoproteïne A1, beide in g/l
Er is geen constante te verantwoorden: delen is delen. ApoB telt de deeltjes die cholesterol de vaatwand in dragen, ApoA1 die het er weer uit halen, en omdat elk deeltje er precies één van draagt telt de verhouding twee aantallen tegen elkaar in plaats van twee gewichten. Je hebt er twee getallen van je eigen resultaat voor nodig, allebei van dezelfde afname.
÷ =
ApoB/ApoA1-ratio te hoog of te laag: wat betekent het?
Een lage ratio is gunstig, en de vraag is alleen langs welke weg. Plantaardig en vezelrijk eten, een gezond gewicht en veel bewegen drukken het aantal ApoB-deeltjes en tillen het ApoA1 op, en dat is de gezonde route. Een statine verlaagt het aantal ApoB-deeltjes gericht, zonder dat het ApoA1 beweegt. Een hoog HDL maakt de noemer groter zonder dat er aan de afzettende deeltjes iets verandert; kijk daarom altijd of het ApoB of het LDL zelf onder de grens zit die bij je risico hoort. Een hoge ratio betekent dat er naar verhouding veel afzettende en weinig ophalende deeltjes rondgaan. Meestal ligt het aan het eerste en zelden aan het laatste: veel verzadigd vet in de voeding, uit vet vlees, volle zuivel, boter, kokosvet en koek, dat het aantal ApoB-deeltjes optilt; overgewicht, weinig beweging en insulineresistentie, het patroon dat het ApoB optilt en het ApoA1 drukt, zodat de deling aan twee kanten tegelijk de verkeerde kant op beweegt; een traag werkende schildklier, die de afbraak van LDL-deeltjes vertraagt; en zelden familiaire hypercholesterolemie, met van jongs af aan veel ApoB-deeltjes. Wat je eraan doet: vervang verzadigd vet door onverzadigd, uit olijfolie, noten, vette vis en avocado, eet meer vezels uit groente, peulvruchten, haver en volkoren, en minder suiker en bewerkt voedsel. Beweeg, ook stevig, en val af als je buikvet hebt, want dat drukt het ApoB en tilt het ApoA1 op. Stop met roken. Reken op drie maanden voordat de ratio de verandering laat zien. Blijft het ApoB of LDL ondanks dat te hoog voor je risico, dan is een statine de weg, en die beslissing valt op het LDL en non-HDL. De ratio hoort altijd naast het ApoB en het ApoA1 zelf, want een stijging door meer ApoB betekent iets anders dan dezelfde stijging door minder ApoA1, naast het non-HDL en LDL, waar de risicoschatting op werkt, en naast het HDL en de triglyceriden, die laten zien welke kant van het vetprofiel bewoog.
Wat de waarde verlaagt
Gunstig, en de vraag is alleen langs welke weg.
| Oorzaak | Hoe vaak |
|---|---|
| Plantaardig en vezelrijk eten, gezond gewicht, veel bewegenDrukt het aantal ApoB-deeltjes en tilt het ApoA1 op, dus de ratio zakt aan twee kanten tegelijk; de gezonde route | Vaak |
| Lipidenverlagende medicatieEen statine verlaagt het aantal ApoB-dragende deeltjes, waardoor de teller kleiner wordt zonder dat het ApoA1 beweegt | Vaak |
| Een hoog HDLMeer HDL-deeltjes betekent meer ApoA1, en een grotere noemer drukt de uitkomst; kijk of het ApoB zelf onder de grens zit | Soms |
Wat de waarde verhoogt
Naar verhouding veel afzettende en weinig ophalende deeltjes.
| Oorzaak | Hoe vaak |
|---|---|
| Veel verzadigd vet in de voedingVet vlees, volle zuivel, boter, kokosvet en koek tillen het aantal ApoB-dragende deeltjes op, en daarmee de teller | Vaak |
| Overgewicht, weinig beweging en insulineresistentieHet patroon dat het ApoB optilt en het ApoA1 drukt, dus de deling beweegt aan twee kanten tegelijk de verkeerde kant op | Vaak |
| Traag werkende schildklierVertraagt de afbraak van LDL-deeltjes, waardoor er meer ApoB in je bloed blijft; een hoog TSH ernaast is de aanwijzing | Soms |
| Familiaire hypercholesterolemieErfelijk; van jongs af aan veel ApoB-dragende deeltjes, en een LDL dat van kinds af hoog is | Zelden |
Hoe verloopt het bloedonderzoek voor ApoB/ApoA1-ratio?
- Verwijzing
- Niet nodig, maar de ratio is niet los aan te vragen: je vraagt ApoB en ApoA1 aan, en die zitten niet in het gewone vetprofiel. Je rekent de ratio uit met de calculator op deze pagina.
- Nuchter zijn
- Niet nodig. Geen van beide eiwitten beweegt sterk met wat je kort daarvoor at; de triglyceriden in hetzelfde profiel wel.
- Wanneer
- Op een gewone dag, niet tijdens of vlak na een ziekte, want een infectie drukt de vetwaarden tijdelijk. Drie maanden na een verandering in voeding, gewicht of medicijnen om het effect te zien.
- De afname
- Eén buisje bloed uit een ader in je arm. ApoB en ApoA1 moeten uit hetzelfde buisje komen, anders deel je twee momenten op elkaar; het gewone vetprofiel kan er meteen bij.
- Herhalen
- Eens per jaar, of drie maanden na een verandering in leefstijl of medicijnen. Vergelijk met je vorige uitkomst uit hetzelfde lab en kijk welke van de twee eiwitten bewoog.
- Welke test
- ApoB/ApoA1-ratio zit in de Hartgezondheid-test (€69).
- Waar prikken
- Prikken kan op 250+ locaties bij jou in de buurt, zonder verwijzing. Bekijk de locaties
Veelgestelde vragen
Wat is de ApoB/ApoA1-ratio?
Je ApoB gedeeld door je ApoA1. Boven de streep staan de deeltjes die cholesterol de vaatwand in brengen, want elk daarvan draagt precies één ApoB; eronder de HDL-deeltjes die het weghalen, die ApoA1 dragen. De ratio zet die twee aantallen tegen elkaar af in één getal. Geen Nederlands rapport drukt haar af; je rekent haar uit met de calculator op deze pagina.
Wat is een gezonde ApoB/ApoA1-ratio?
Een lage: weinig deeltjes die cholesterol de vaatwand in dragen tegenover veel deeltjes die het ophalen. Een afgesproken normaalwaarde is er niet, want de grote studie die de ratio bekend maakte drukt het risico uit als een glijdende schaal en niet als een grens. Wat je wel hebt zijn de banden voor ApoB en ApoA1 afzonderlijk, en je eigen verloop. Lager is beter.
Wat betekent een hoge ApoB/ApoA1-ratio?
Dat er naar verhouding veel afzettende en weinig ophalende deeltjes rondgaan. Meestal komt dat door veel verzadigd vet in de voeding, dat het aantal ApoB-deeltjes optilt, of door overgewicht, weinig beweging en insulineresistentie, die het ApoB optillen en het ApoA1 drukken. Kijk welke van de twee bewoog, want een stijging door meer ApoB betekent iets anders dan dezelfde stijging door minder ApoA1.
Wat voegt de ratio toe aan mijn ApoB?
Ze zet het aantal aanvoerende deeltjes af tegen het aantal afvoerende. ApoB alleen zegt hoeveel er zijn; de ratio zegt hoe die zich verhouden tot de kant die cholesterol juist weghaalt. Voor de beslissing over een statine telt het ApoB of LDL zelf, want een hoog ApoA1 maakt de ratio laag zonder dat er aan de afzettende deeltjes iets verandert.
Wat doe ik aan een hoge ratio?
Vervang verzadigd vet door onverzadigd, uit olijfolie, noten, vette vis en avocado, eet meer vezels uit groente, peulvruchten, haver en volkoren, en minder suiker en bewerkt voedsel. Beweeg, ook stevig, val af als je buikvet hebt en stop met roken; dat drukt het ApoB en tilt het ApoA1 op. Reken op drie maanden. Blijft het ApoB of LDL te hoog voor je risico, dan is een statine de weg.
Moet ik nuchter zijn?
Nee. Geen van beide eiwitten beweegt sterk met wat je kort voor de afname at, anders dan de triglyceriden in je vetprofiel. Wel moeten ApoB en ApoA1 uit dezelfde afname komen, anders deel je twee momenten op elkaar.
Waarom heeft de uitkomst geen eenheid?
Omdat beide eiwitten in gram per liter staan, waardoor die eenheid boven en onder de streep wegvalt. Wat overblijft is een kaal getal, net als bij de cholesterolverhoudingen.
Moet ik deze bepalingen laten doen?
Voor de gewone risicoschatting niet: die werkt met het LDL en het non-HDL uit je vetprofiel, en apolipoproteïnen worden niet routinematig gemeten. ApoB voegt vooral iets toe als je triglyceriden hoog zijn of je buikvet hebt, want dan onderschat het LDL-cholesterol het aantal deeltjes. Vraag je ApoB aan, dan is ApoA1 erbij een kleine stap.
In welke tests zit ApoB/ApoA1-ratio?
ApoB/ApoA1-ratio zit in Advanced, het bredere panel. Die is nog niet te bestellen.
Gerelateerde bloedwaarden
Lees verder
Bronnen
- 1.Walldius G, Jungner I, Holme I e.a., High apolipoprotein B, low apolipoprotein A-I, and improvement in the prediction of fatal myocardial infarction (AMORIS study), The Lancet. 2001. pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
- 2.Sniderman AD, Jungner I, Holme I e.a., Errors that result from using the TC/HDL C ratio rather than the apoB/apoA-I ratio, Journal of Internal Medicine. 2006. pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
- 3.CVRM, Multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair risicomanagement, module Schatten van het risico op hart- en vaatziekten. 2024. richtlijnendatabase.nl
- 4.Unilabs, Bepalingenklapper: Apolipoproteïne A1. 2026. bepalingenklapper.nl
- 5.Unilabs, Bepalingenklapper: Apolipoproteïne B. 2026. bepalingenklapper.nl
- 6.Clinical Diagnostics, Labgids: apolipoproteïne B. 2026. clinicaldiagnostics.nl
Alleen educatieve informatie, geen medisch advies. Raadpleeg een zorgprofessional voor klinische beslissingen.
Lees meer over onze wetenschappelijke aanpakZelf meten
Core membership
ApoB/ApoA1-ratio zit in Advanced, het bredere panel. Die is nog niet te bestellen.
Start vandaagDelen