Optimize
← Alle bloedwaarden
EiwittenLever

Albumine

Belangrijk bloedeiwit betrokken bij transport, vochtbalans en herstel.

Wat is Albumine?

Albumine is het meest abundante eiwit in het bloedplasma — het maakt zo'n 60% uit van alle plasmaeiwitten — en wordt vrijwel uitsluitend aangemaakt door de lever. Het heeft twee hoofdfuncties: het handhaaft de colloïd-osmotische druk (die bepaalt hoeveel vocht in de bloedvaten blijft in plaats van weglekt naar de weefsels) en het transporteert een breed scala aan stoffen door het bloed, waaronder hormonen, vetzuren, calcium, bilirubine en geneesmiddelen. In Nederlandse labs wordt albumine gemeten in g/L; internationaal ook in g/dL (1 g/dL = 10 g/L). Referentiewaarden voor volwassenen liggen doorgaans rond 35–52 g/L, maar kijk altijd naar de grenzen van je eigen lab. Albumine is een zogenaamd negatief-acutefase-eiwit: bij ontsteking, trauma, infectie of chronische ziekte daalt albumine — niet omdat de lever faalt, maar omdat de lever dan prioriteit geeft aan de aanmaak van acutefase-eiwitten zoals CRP. Een lage albumine is daardoor zowel een teken van verminderde leversynthese als van chronische belasting, ondervoeding of een ernstige aandoening elders. Die non-specificiteit maakt context onmisbaar.

Waarom is Albumine relevant?

Albumine is om meerdere redenen een nuttige routinemarker. Ten eerste is het een gevoelige indicator van leversynthesefunctie: bij ernstig verlies van levercellen — zoals bij cirrose of chronisch leverfalen — daalt albumine doordat de lever onvoldoende aanmakingscapaciteit heeft. Albumine heeft een halfwaardetijd van ongeveer twintig dagen, waardoor het pas daalt als de schade langdurig bestaat en zich minder leent als vroege marker, maar des te beter als maat voor chronische leversynthese. Ten tweede is een lage albumine een klassiek signaal van ondervoeding of chronisch eiwitverlies. Bij nefrotisch syndroom lekt albumine via de urine weg; bij eiwitverliezende enteropathie via de darmen. Voor iedereen die chronisch ziek is, herstelt van een zware operatie, of bij wie de eetlust sterk vermindert, is albumine een directe maat voor eiwitreserve en nutritionele toestand. Ten derde bindt albumine calcium in het bloed: een lage albumine laat het totale calcium kunstmatig dalen terwijl het fysiologisch actieve vrije calcium normaal kan zijn. Gecorrigeerd calcium corrigeert daarvoor.

Albumine te hoog of te laag — wat betekent het?

Een lage albumine wordt het best gelezen naast leverenzymen (ALAT, ASAT, bilirubine, Gamma-GT), niermarkers (creatinine, eGFR, proteïne in urine), CRP en het klinische beeld. Als er een actieve ontsteking is (verhoogd CRP), daalt albumine sowieso al als onderdeel van de acutefase-reactie — hoe laag albumine is ten opzichte van de ernst van de ontsteking geeft richting aan of er ook een synthese- of verliescomponent speelt. Bij chronische leverziekte is albumine onderdeel van scoringssystemen zoals Child-Pugh en MELD-Na die de ernst van levercirrose kwantificeren. Een albumine onder 30 g/L is een alarmgrens die wijst op ernstig verlies van leversynthesecapaciteit of chronisch verlies. Waarden tussen 30 en 35 g/L verdienen altijd context — ze passen evengoed bij een acute infectie als bij vroege leverziekte of ondervoeding. Een hoog albumine is zeldzaam en duidt doorgaans op uitdroging (relatieve concentratiestijging); voor een eerlijk beeld meet je albumine goed gehydrateerd.

Alleen educatieve informatie — geen medisch advies. Raadpleeg een zorgprofessional voor klinische beslissingen.

Lees meer over onze wetenschappelijke aanpak

Albumine is een van de bloedwaarden in de Optimize bloedtest. Boek een afname bij een van de 238+ partnerlabs in Nederland of upload je bestaande resultaten in de app.

Bekijk de volledige test